Roodkapje, de avonturen van een negen jaar oud meisje.

Hallo, ik ben Roodkapje. Weet je waarom iedereen mij Roodkapje noemt? Nou, ik heb altijd een rood kapje in mijn schortje zitten en als ik er mooi uit wil zien dan zet ik dat op.

Ik heb laatst toch een eng avontuur beleefd, jh. Mijn moeder vroeg me of ik naar oma koekjes en brandewijn wilde brengen. Nou dat leek me wel leuk, want oma woont helemaal aan de andere kant van het Enge Bos en daar mocht ik voor het eerst helemaal alleen naar toe. Ik ging naar de keuken om de koekjes en de wijn te pakken. De koekjes lagen op een schaal. Het waren krakelingen . Ik moest er natuurlijk wel even een proeven, dat snap je. De wijnfles durfde ik niet open te maken, dus die heb ik maar niet geproefd . Volgens mij is wijn erg zuur. Ik wilde achterom door de tuin naar het Enge Bos gaan. In de tuin vond ik mijn springtouw terug dat ik al een tijdje kwijt was. Dus heb ik eerst even touwtje gesprongen. Ik kwam tot zeven. Weet je dat ik altijd een speciaal liedje zing voor mijn teddybeer als ik touwtje spring? Als ik mijn teddybeer niet bij me heb dan ligt hij altijd in mijn bed te slapen. 's Avonds ga ik er dan naast liggen. Ik zou liever mijn kat naast me hebben liggen, maar dat wil mama niet hebben. Ze is bang dat hij het behang kapot zal krabben. We hebben ook een aquarium, maar daar mag de kat helemaal niet bij komen. Eh… je weet wel waarom . Ik had dus even fijn gespringtouwd, maar ja toen moest ik even terug naar huis om een plasje te doen. Ik weer terug naar de tuin. Ik spring altijd over het tuinhek als ik naar het bos wil. En in het bos daar zat hij weer op die oude boomstronk: de jager. Ik vind de jager wel een beetje bij het bos passen. Alleen zijn grijze baard steekt af bij het bos. "Hallo, jagertje, hoe gaat het ermee?" Ik had besloten maar eens mijn groene kapje op te doen. Hij gaat vast zeggen: "Hallo Groenkapje, hoe gaat het met je?" En ja hoor. "Hallo Groenkapje", grapte de jager, "kom je even naast me zitten op de stronk?" Nou dat vind ik altijd wel gezellig. "Ga je naar je grootmoeder toe?", vroeg de jager. "Ja, ze woont aan de andere kant van het Grote Enge Bos." De jager moest lachen. Het "Grote Enge Bos…" Eigenlijk heet het alleen maar het Enge Bos, omdat het een vrij smal bos is, maar voor kleine meisjes als ik is het bos ERG groot en ERG eng. "Zul je goed oppassen voor de grote boze wolf? Als je op het pad blijft kan er niks gebeuren!" Waarom moeten grote mensen mij toch altijd waarschuwen. Ik weet heus wel wat ik doe! Ik zag allemaal leuke dingen in het bos, zoals eekhoorntjes en een uil . En er zat een konijntje bij een boom. Toen vond ik een veldje met bloemen in het bos. "H, het is wel leuk om een bosje bloempjes mee te nemen voor oma", dacht ik. Daar fleurt ze vast van op! Ik plukte even wat bloemetjes . Toen ik opkeek stond die grote wolf daar . Ik schrok me een hoedje, maar hij was heel erg aardig tegen mij. "Zo Roodkapje, ga je naar oma", vroeg hij nieuwsgierig. "Ja hoor, ze woont helemaal aan het andere eind van het bos." "Ik zal je wel even een kortere weg wijzen", zei de wolf en hij liet me een smal weggetje langs de grote bomen zien. Toen was hij plots weg. Het konijntje was zo van de wolf geschrokken dat hij er als een haas vandoor was gegaan. Ik kon het huis van oma niet vinden en daarom besloot ik in een boom te klimmen zodat ik het huis van oma zou kunnen zien. Even later had ik het toch gevonden. Ik klopte op de deur. "De deur is open, trek maar aan het koordje", klonk het van binnen. Ik vond de stem van oma heel erg rauw klinken, ze was vast heel erg ziek. Ik trok aan het touwtje en ging naar binnen. Oma lag in bed. Ik kon haar gezicht niet goed zien, want ze lag diep in de kussens en had haar nachtmuts op. "Ik zet de bloemen wel even in de vaas, oma", zei ik en deed de bloemen in de twee vazen die op het nachtkastje stonden. Gelukkig had ik veel bloemen geplukt. Wat stonden ze mooi! "Kom je even bij me op bed zitten, kind?", vroeg oma. Nu wist ik het zeker. Dit was niet de stem van oma. Ze moest heel ziek zijn. Ik ging maar al te graag bij haar op het bed zitten. Plots zag ik hoe opgezet haar gezicht eruit zag. "Maar oma, wat heb jij grote oren?", zei ik. "Dat is om je beter te kunnen horen!" "Maar oma, wat heb jij grote ogen?", zei ik. "Dat is om je beter te kunnen zien." Oma gaf altijd van dit soort grappige antwoorden. Misschien was ze toch niet zo ziek als ik dacht. Ik probeerde het nog eens. "Maar oma, wat heb jij toch een grote mond?" Ik dacht dat ze zou gaan zeggen: "Dat is om je beter te kunnen zoenen." En ja hoor, ze kwam al met getuite lippen naar me toe, maar toen zei ze: "Dat is om je beter te kunnen OPETEN." En voor ik in de lach kon schieten, at ze me zomaar op! Ik zat plotseling in een grote rode buik, samen met het konijn. Zou oma het konijn ook al hebben opgegeten? Toen wist ik ineens dat ik in de maag van de wolf was terechtgekomen. Ik begon te huilen. "Ik zal mijn Rocky nooit meer terug zien", snikte ik.

Maar plots kreeg ik een idee. Ik riep uit volle borst. "HELLUP JAGER!!" Na enige tijd hoorde ik gestommel. De jager stond naast de wolf. Ik hoorde hem brommen: "Zal ik de wolf doodschieten?" "Oh nee," dacht ik, "doe dat niet. Zo schiet je mij ook nog dood !" Plotseling hoorde ik een harde knal. Ik wist het zeker: hij had geschoten. Ik vloog recht naar boven tot aan de top van de maag van de wolf en toen viel ik naar beneden, lang, heel lang. Het leek wel of er geen eind kwam aan die val! Alles werd zwart om mij heen. Toen voelde ik mijn stuitje. Ik zat naast het bed van oma! Ik moet op haar bed in slaap gevallen zijn, en in mijn droom van het bed zijn afgevallen. Heb jij dat ook wel eens, dat je een droom hebt die zo echt is, dat je later niet zeker weet of het niet toch echt gebeurd is? Nou ik wel. Maar dit keer moet het wel een droom geweest zijn, want de jager en de wolf waren nergens te zien. Op weg naar huis kwam ik de jager tegen. "Hallo, Groenkapje, was het warm in de buik van de wolf? Ha-ha-ha", zei de jager. Ik schrok me een rotje, maakte hij een grapje of… was het toch echt gebeurd?

 

 

copyright Theo Hupkens